| 
  • If you are citizen of an European Union member nation, you may not use this service unless you are at least 16 years old.

  • Introducing Dokkio, a new service from the creators of PBworks. Find and manage the files you've stored in Dropbox, Google Drive, Gmail, Slack, and more. Try it for free today.

View
 

Sociale media: beginselen (redirected from Social media beginselen)

Page history last edited by Annemiek Scholten 8 years ago


 

-UNDER REVISION-

 

In dit hoofdstuk geven we je wat algemene tips voor het inzetten van sociale media: wat kan je doen voordat je er echt mee begint, welke voorbereiding is handig, over welke dingen moet je even nadenken, hoe ga je ermee om als je ze eenmaal in gebruik hebt genomen, hoe pas je het in in je toch al drukke leven en hoe zit het met veiligheid en privacy?

 

Voordat je (al dan niet) begint met sociale media:

Doe eerst een brainstorm met jezelf, waarin je de volgende vragen beantwoordt:

  1. Wat wordt er eigenlijk over mij geschreven op internet? Zoek eens op je eigen naam in Google en kijk eens wat er gebeurt. Als je een veel voorkomende naam hebt, zet je "voor- en achternaam" dan tussen dubbele aanhalingstekens, dan zoekt Google op de exacte combinatie van die twee woorden. Het kan gebeuren dat iemand precies hetzelfde heet als jij! 
    Als je niet bewust met je online identiteit omgaat, kan er dit gebeuren:
    1. de zoekresultaten gaan over iemand anders met dezelfde naam;
    2. er komt allerlei privé content bovendrijven die je niet helpt je doelen te bereiken;
    3. vrij zeldzaam maar het komt voor: zoekresultaten gaan wel over jou maar zijn van iemand die jou niet mag en dan kan dat schadelijk zijn.
      Is dit wat je tegenkomt? Dan ontkom je er niet aan om zelf een eigen online identiteit neer te zetten, al was het maar om verwarring te voorkomen en om te zorgen dat jouw eigen verhaal goed over het voetlicht komt. In het hoofdstuk Je online identiteit voor je laten werken leggen we dit nader uit.
  2. Welke doelen wil ik met sociale media bereiken? Kijk bij Doelgericht inzetten van sociale media voor een handige matrix van mogelijke doelen en de bijbehorende platforms. Zijn je doelen zakelijk of privé? 
  3. Welke mensen wil ik aanspreken en bereiken? Hoe oud zijn ze, wat doen ze, waar wonen ze, wat voor soort mensen zijn het? 
  4. Voor welk stuk van mijn leven wil ik online aanwezig zijn? Waar ligt mijn passie, waar weet ik heel veel van af, wat zou ik graag willen delen met mijn online netwerk (fans, lezers)? Wat is mijn expertise, of voor welke hobby of interesse wil ik tijd online inzetten?
  5. Welke uitdagingen of vragen heb ik waar ik online een antwoord op zou willen vinden? 
  6. Wat zou ik graag voor mijn netwerk willen betekenen?
  7. Wat wil ik van mezelf laten zien? Welke informatie geef ik over mezelf, hoe wil ik overkomen? Wat houd ik liever privé? Hoe open wil ik zijn? Ga ik mijn eigen naam gebruiken? 
  8. Hoe kijkt mijn werkgever naar online aanwezigheid? Wat mag ik wel en niet zeggen of doen? Moet ik duidelijk maken dat het op persoonlijke titel is?
  9. Misschien wil je werkgever wel juist dat je namens de zaak dingen doet online. Ga je dat dan van je privé profielen doen? Of maak je op bepaalde platformen een speciaal (wel persoonlijk!!) profiel aan waarop je namens je "werkpersoon" communiceert? Als je vanuit een organisatie present bent, zorg dan altijd dat de persoon achter die aanwezigheid ook helder is. Dus een Twitterprofiel van "B&B Zuidlaan" moet in de profieltekst iets hebben als "tweets door Jet Roosch". 
  10. Verzin een algemeen online profiel. De meeste sites vragen ruwweg dezelfde informatie: je naam, een zin die jou pakkend omschrijft en een langer stukje tekst (ca 300 woorden) waarin je meer over jezelf vertelt.  
  11. Zorg voor een goede foto!!!  Dus geen foto van jou in bikini in een binnenband dobberend op de oceaan of met je kinderen op je schouders. Ook niet op netwerken die je "alleen privé" gebruikt. Dit soort foto's deel je alleen met je meest nabije vrienden, dus ook binnen de persoonlijke online netwerken slechts in een beperkte groep. Voor alle overige gelegenheden zorgt een foto van je hoofd en schouders (maar geen pasfoto, daar sta je vaak echt te sullig op) voor de meeste herkenbaarheid. Else Kramer geeft hier een aantal uitstekende tips voor een goede profielfoto.
  12. Maak een eigen online e-mailadres aan wat je gebruikt voor je sociale media profielen. Dat kan Gmail, Hotmail of Yahoo zijn of, als je een eigen domein hebt, maak dan een apart mailadres aan voor je sociale mediaprofielen. Alle platforms zullen jou meldingen en nieuwsberichten willen sturen en het is heel fijn om deze apart van je werkstromen te houden. Onze Inbox is toch al zo vol. Gebruik in ieder geval niet het mailadres van je werkgever: daar kan je vaak niet overal bij dus dan zou je alleen sociale media kunnen gebruiken vanaf je werkplek. Ook moet je dan overal je mailadres weer wijzigen als je van baan verandert. (Dit is anders wanneer je juist voor je werkgever sociale media gaat gebruiken maar daar gaat het hier even niet over).
  13. Wat wordt mijn "vliegdekmoederschip"? Iedereen die meer dan één platform gebruikt raden we aan om een "vliegdek moederschip" te kiezen: de plek waar alles samen komt. In zijn meest basic vorm is dat een online visitekaartje met links naar de platforms die je gebruikt en de meest uitgebreide is een eigen website en weblog. Vervolgens maak je op al je online profielen een link naar dit moederschip. Op deze manier is er een centraal punt waarop jouw online netwerk kan zien welke platforms jij gebruikt. Stel je heet Vera Kuipers. Grote kans dat er meer mensen zijn die zo heten. Laat je jouw vrienden zelf uitzoeken of dat Youtube profiel, die Flickr persona of dat Facebook profiel van jou zelf zijn? Of help je ze een handje en maak je ze wegwijs? Met een eigen moederschip houd jij de regie over jouw online presence.

 

"Ja maar, ik heb niets te melden". 7 remedies tegen dit syndroom.

"Ik heb toch niets te melden", of: "wie zit er nou op mij te wachten?", of woorden van die strekking hoor ik (Sanne Roemen) veel. En zo voel ik me zelf ook wel eens. Regelmatig zelfs. Voor mij misschien een traumaatje uit mijn schooltijd. Kritische klasgenoten die liever iets anders doen dan naar mijn spreekbeurt luisteren. Waar inderdaad niemand op zat te wachten en waarbij het heel moeilijk was om iets te melden te hebben. Of dat je iets heel stoms zegt. Ik heb een keer gletsjers en lawines door elkaar gehaald bij een spreekbeurt. Dan klap je wel dicht ja.

 

Wil je wél sociale media gebruiken, maar word je geremd door dit syndroom, heb ik hier 7 tips voor je.

  1. Mensen die jou volgen, zitten absoluut WEL op je te wachten. Het zijn je klasgenoten niet! Ze zijn jou vrijwillig gaan volgen, dus roep maar wat.
  2. Niet iedereen zit altijd op alles wat je roept te wachten. En dat geeft niets. In elk gesprek zeggen mensen interessante en minder interessante dingen. Die laatste, daar luisteren / lezen ze maar overheen. 
  3. Als je zelf even niets weet, stuur dan iets door wat jij boeiend vindt, eventueel met een kort commentaar waarom je dat boeiend vindt.
  4. Twitter een link naar iets dat jij interessant vindt: een mooie website, een interessant artikel, een opmerkelijk videofilmpje.
  5. Reageer op vragen van mensen. Veel vragen worden gesteld met de hashtag #durftevragen of #dtv maar je kan ook zoeken op "hoe kan ik"
  6. Doe mee aan een gesprek over een onderwerp dat je interesseert. Zoek op het platform van jouw keuze naar woorden die jou raken. Bijvoorbeeld "binnenvaart", of "fotografie". of "LinkedIn inzetten", of op iets dat met jouw vakgebied of onderneming te maken heeft. Luister, deel je kennis, beantwoord en stel vragen.
  7. Stel zelf een vraag. 

 

Succesfactoren: wanneer gebruik je sociale media slim en effectief?

  • Het opbouwen van een online identiteit en een netwerk dat jou werkelijk gaat helpen kost tijd. Heb geduld! 
  • What's in it for me: zorg dat je in één oogopslag duidelijk kunt maken waarom je lezers aandacht aan jouw weblog moeten besteden. Dat doe je door zorgvuldig een naam, titel en ondertitel voor je weblog te kiezen. Dus niet: pietjepuk.nl - pietjepuk's webstek - de plek waar pietjepuk over zijn dagelijkse mijmeringen schrijft. Maar wel: pietjepukgewasveredeling.nl - gewasveredeling voor de Nederlandse landbouw - informatie over innovaties en toepasbaarheid in de dagelijkse praktijk van de agrariër. Voel je het verschil? In het tweede geval heb je als bezoeker meteen een beeld over wat je op het weblog kunt vinden en of het voor jou relevant is om er vaker te komen.
  • What's in it for them: dit geldt voor elk bericht of artikel dat je schrijft. Je schrijft vanuit de gedachte: "Wat kunnen mijn lezers eraan hebben?". Je voegt waarde toe. Let wel: dit is geen pleidooi tegen "gekeuvel" of wat sommige mensen "onzin" noemen. Dat kan namelijk ook waarde hebben, afhankelijk van het doel dat je gekozen hebt. 
  • Een weblog is persoonlijk, dus wees open, authentiek en transparant. Een weblog is een manier om de dialoog aan te gaan. Bezoekers willen dat je laagdrempelig bent en ze willen voelen dat je een mens bent. Mensen willen contact met mensen. Een persoonlijke, informele stijl brengt je dichter bij je bezoekers dan een onpersoonlijke, formele stijl. Die laatste komt gauw afstandelijk over.
  • Zorg regelmatig voor nieuwe inhoud. Er moet voldoende vaak iets nieuws te vinden zijn op je blog, anders komen mensen niet terug. Schrijf dus vaak genoeg om top of mind te blijven bij je bezoekers. Maar lever wel waarde met die artikelen, kwaliteit gaat boven kwantiteit. Schrijf bijvoorbeeld regelmatig een kort stukje van 250 - 300 woorden over een onderwerp waar je lezers echt iets aan hebben.
  • Maak links. Overal waar je de kans ziet, maak je een link naar andere plekken op het web. Schrijf je bijvoorbeeld over een congres, maak dan links naar de website van het congres, van de locatie, van een aantal van de sprekers etc. Link naar andere relevante blogs, en bezoek die blogs ook regelmatig. Reageer op artikelen op die blogs van anderen, dat zorgt weer voor verkeer naar jouw weblog.
  • Abonnees zijn essentieel! Zorg dus altijd voor een RSS feed van je blog, waarop je lezers zich kunnen abonneren, liefst ook per e-mail. Anders moeten mensen er ZELF aan denken om bij je terug te komen. Met RSS krijgen ze telkens automatisch een signaal.

 

Inpassen in je drukke leven

Een grote uitdaging. We komen allemaal tijd en aandacht tekort voor onze dagelijkse taken, of het voelt in ieder geval zo. Hoe moet je dan wekelijks voldoende tijd maken om een waardevol weblog te maken? Ik zou je graag 4 uur per week cadeau willen doen maar dat lukt me niet. Maar ik heb wel een paar tips:

  • Wees in je dagelijks leven alert op dingen om over te schrijven. Terugkerende uitdagingen en problemen of vragen uit je eigen dagelijkse praktijk kunnen een goed aanknopingspunt vormen voor een artikel.
  • Zorg dat je altijd een lijstje of boekje bij je hebt waarin je onderwerpen opschrijft om over te bloggen. Zo kun je, zodra je op een idee komt, dat opschrijven. En dan hoef je, als je eenmaal tijd hebt om te schrijven, niet op inspiratie te wachten.
  • Reserveer een vast tijdstip voor je blog. Een zondagmiddag, of juist 's morgens heel vroeg. Een of twee blokken van twee uur zijn meestal voldoende. Leg jezelf ook weer niet teveel druk op; als je met tegenzin aan de schrijverij gaat, komt er waarschijnlijk weinig uit je vingers.
  • Als het goed is, besteed je al aardig wat tijd aan artikelen lezen in je vakgebied. Maak tijdens het lezen aantekeningen en bedenk hoe je wat je leest zou kunnen samenvatten of vertalen voor jouw lezers.
  • Misschien schrijf je regelmatig lange e-mails over bepaalde thema's. Die zijn vaak goed te gebruiken als bron voor een weblogartikel. Sommige mensen krijgen steeds dezelfde vragen. Ik krijg bijvoorbeeld vaak de vraag welke software te gebruiken voor een weblog. Maak ik daar een artikel van, dan kan ik mensen daarnaar verwijzen, dat scheelt veel tijd bij het beantwoorden van mijn mail.
  • Wanneer je schrijft vanuit je eigen drijfveren, over dingen die je raken, waar je passie voor voelt of blij van wordt, is het meestal goed vol te houden.
  • Hapklare brok: maak het jezelf niet te moeilijk door jezelf te verplichten voor altijd heel erg actief te zijn op sociale media. Maak per platform een afspraak met jezelf om het minimaal 30 dagen te doen. Heb je na 30 dagen nog geen "click" met een platform, laat het dan gerust even liggen.  

 

Omgaan met reacties

Een van de eigenschappen van een weblog is dat lezers op je artikelen kunnen reageren. Ik vind dat je iets geen weblog kunt noemen als deze mogelijkheid niet bestaat. Het is erg spannend en leuk om reacties te krijgen. Ik vond het de eerste paar keer zelfs een beetje eng. Waar ik eerst het gevoel had met mijn weblog tegen een 'lege zaal' te praten, bleek er ineens toch publiek te zitten en het praatte nog terug ook. Maar toen werd het gesprek op mijn weblog ineens ook minder 'zenden van informatie' en meer dialoog. En toen werd het ineens hartstikke leuk.

 

Ga de dialoog aan: kijk wat mensen te melden hebben en reageer daarop. "Retweet" dingen die anderen melden als je dat interessant vindt. Reageer op mensen die op jou reageren. Bedank mensen die jouw vragen beantwoorden of jou retweeten. Dat hoeft niet altijd één op één, als het er veel zijn kan je roepen "lieve mensen dank voor alle reacties / retweets!".

 

Er zijn verschillende soorten reacties, van 'goed stuk' tot inhoudelijke reacties, via kritiek naar soms onaardige reacties. De eerste soort reacties is aardig bedoeld, maar eigenlijk een beetje overbodig. Daar hoef je dus niet op te reageren. Maar inhoudelijke reacties, aanvullingen, feedback of onderbouwde en opbouwende kritiek vormen uitnodigingen om het gesprek met je lezers aan te gaan. Aan die reacties kun je zien dat mensen oprecht geïnteresseerd zijn in je artikel, er iets aan hebben gehad, de tijd hebben genomen om het (al dan niet aandachtig) te lezen. En dat is waardevol!

 

Om je lezers betrokken te houden bij je weblog, om ervoor te zorgen dat ze af en toe terugkomen en jou blijven volgen, is het zaak om op hun reacties in te gaan. Een balans daarin zoeken is belangrijk. Reageer je te snel, dan maai je misschien het gras weg voor de voeten van een andere lezer die graag ook iets wil zeggen. Reageer je helemaal niet, dan krijgen je bezoekers het gevoel dat je hun bijdrage niet waardeert, of dat je ze negeert.

 

Dit kan gebeuren, maar het is vrij zeldzaam. Het gebeurt meestal pas als je weblog enkele tientallen duizenden bezoekers per maand krijgt, of als je zelf al een beroemdheid of een controversieel persoon bent. Het kan ook gebeuren als de toon van je weblog provocerend, scherp of prikkelend is. Dan voelen bezoekers zich zo vrij om ook op die toon op jou te reageren.

 

Wat zijn nou vervelende reacties?

  • Spam (reclame) - Wordpress filtert dat er grotendeels uit.
  • Illegale zaken - racisme, laster, haat zaaien, promoten van kinderporno etc. Vaak valt het onder spam, maar als het toch op je weblog verschijnt moet je het zonder pardon verwijderen.
  • Onhandig geformuleerde kritiek (op jou of op elkaar) - "nee, sukkel, je gaat toch geen Windows gebruiken voor zoiets?".

 

Als dit laatste gebeurt, is het aan jou persoonlijk om te besluiten hoe je daarmee wilt omgaan. Als vuistregel raad ik aan om met je weblog net zo om te gaan als met mensen die je in je kennissenkring toelaat. Je wilt niet dat iemand zulke taal gebruikt tegen jou of tegen anderen die je kent. Het is onbeleefd en onaardig. Mijn advies is de reactie te laten staan en die persoon te vragen om een inhoudelijke reactie op het stuk te geven in plaats van een persoonlijke reactie op de schrijver. Je neiging is misschien om de reactie te verwijderen maar ik wil benadrukken dat dat pas in allerlaatste instantie een goed idee is. Waarom? 

 Als iemand jou of een ander publiekelijk beledigt of afvalt, kunnen ándere lezers van jouw blog voor jou in de bres springen. Dat noemen we social proof: wanneer iemand anders over jou zegt dat je wél tof bent, heeft dat veel meer impact dan wanneer je het zelf doet. Reageer dus ook hier weer niet al te snel op zo iemand.

 

Wanneer je een reactie verwijdert, of nog een stap verder gaat en een reageerder blokkeert, voelen sommigen zich uitgenodigd om juist een stapje verder te gaan en (eventueel met een nieuwe gebruikersnaam) juist extra te gaan sarren. We noemen dit soort mensen 'trolls' en de gangbare kreet is 'don't feed the trolls'. Dus: geef ze geen voeding. Het is hier dus zaak om te zoeken naar een balans; andere, welwillende reageerders moet je niet afschrikken, de sfeer moet open en prettig blijven, maar je moet dus ook de trollen niet voeden.

 

Hoe krijg je veel reacties? 

Allereerst: wat is veel? Ik heb van verschillende kanten gehoord dat een gemiddelde van vijf reacties per weblog artikel al behoorlijk veel is. Maar het hangt er vanaf hoe groot je 'niche' is, de groep waar je voor schrijft. Op GeenStijl en FOK!Zine, beiden met een grote en zeer jonge doelgroep, staan er soms wel honderden reacties op een artikel. Er zijn wel dingen die je kunt doen om reacties te stimuleren, naast de schrijftips voor aantrekkelijke artikelen die ik hierboven al noemde:

  • Niet te 'stellig' of 'afgerond' schrijven. We zijn gewend om in stukken een visie neer te zetten en die goed te onderbouwen en af te ronden. Het verhaal heeft een kop, een romp en een staart. Daar is niets mis mee, maar als je in jouw taalgebruik en het verhaal door laat schemeren dat je open staat voor input van anderen, voor andere meningen of aanvullingen of tips, voelen mensen zich meer uitgenodigd om te reageren (zonder dat het meteen in de discussiesfeer getrokken wordt);
  • Vraag er expliciet om: als je een artikel afsluit met een zin als "ik ben benieuwd hoe jullie hier tegen aan kijken, gebruik daarvoor de reactiemogelijkheid hieronder" verlaag je de drempel. Veel reageerders denken "die schrijver die zit helemaal niet op mijn inbreng te wachten" en die weerstand kun je verlagen door dat expliciet te maken;
  • Zoals ik hierboven al schreef, is het slim om zelf ook aan het gesprek in de reacties mee te doen. Als je op een andere reageerder reageert, begin dan met zijn naam. Bijvoorbeeld: Maarten, dat is een interessant punt dat je daar aansnijdt. Ik heb daarmee wel eens te maken gehad..." etc. Wees dus persoonlijk;
  • Als iemand reageert en je hebt het idee dat ze daarna niet meer terugkomen op je weblog, kun je ze een mailtje sturen.

 

Privacy, veiligheid en de wet op internet

 

Veiligheid en privacy

 

 

 

Comments (0)

You don't have permission to comment on this page.